De hyperinflatie in Duitsland

De hyperinflatie in Duitsland in de nasleep van WO I.

Deze verzameling is in opbouw en bevat onderstaande indeling

●    Aanleiding
●    Poststukken, wetten en voorschriften
● Tarievenperiodes voor verschillende poststukken : lokale, nationale en internationale brieven, postkaarten, drukwerk, dienstpost, met aandacht voor postale uitgiften. In dit deel alleen poststukken afgestempeld op de eerste en laatste dag van de tariefperiodes.

 

Aanleiding

De oorzaken die tot de 1ste Wereldoorlog hebben geleid, zijn legio. Het is duidelijk dat Duitsland hierin een belangrijke rol heeft gespeeld, doch de geheime alliantie tussen Frankrijk en Rusland en het bondgenootschap van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië, de machtspolitiek op de Balkan, de rol die Servië heeft gespeeld en de niet aflatende Britse zucht naar expansie van haar koloniaal rijk zijn mede oorzaak van dit conflict.

Op 1 augustus 1916 werd de “Reichsangabe” ingevoerd, een posttariefverhoging die eigenlijk een oorlogsbelasting was. Deze verhoging werd in de “Tarievenwet” van 21 juni 1916 vastgelegd. Op 1 oktober 1918 werd de “Reichsabgabe” verhoogd. Deze belasting die de staatskas ten goede kwam gold eveneens voor Polen, Rusland en Luxemburg, niet voor België. Ze werd afgeschaft op 1 oktober 1919, doch de tarieven bleven geldig.

In augustus 1918 besefte de Duitse legerleiding dat men de oorlog niet kon winnen. De opstand van Duitse matrozen in Kiel begin november 2018 leidde tot nationale stakingen en de revolutie van 9 november betekende het einde van het keizerrijk. Duitsland kon onmogelijk verder vechten en de start van de vredesonderhandelingen, zoals eerst gepland, op langere termijn plannen. In de plaats eisten de geallieerden volledige capitulatie en een schadevergoeding. De ondertekening van het verdrag gebeurde op 28 juni 1919 in de Spiegelzaal van het Kasteel van Versailles. Duitsland betaalde een hoge prijs: in harde valuta of goud, industrieel en met grondgebied.

Belast met het terugbetalen van oorlogsleningen door het uitgeven van staatsobligaties zonder gouddekking in de periode 1914-1918 en belast met een herstelbetaling van 132 miljard goudmark, zag de naoorlogse regering slechts 1 oplossing om de schulden af te lossen: het bijdrukken van geld. Teveel papiergeld en het niet kunnen afbetalen van de schulden leidde tot buitenlandse reacties: gevolg, devaluatie van de Mark. Door rantsoenering van de levensbehoeften kon de inflatie tot 1920 nog iets in de hand worden gehouden, doch door de gedurig draaiende geldpersen was de inflatie vanaf 1921 niet meer terug te draaien.

In 1922 neemt de waardevermindering van de Duitse Mark schrikbarende vormen aan. Om politieke zelfmoord te vermijden blijft de regering geld bijdrukken.

1923, bezetting door de geallieerden van productieve ondernemingen in het Ruhrgebied; stakingen van arbeiders met behoud van loon met goedkeuring van de Duitse overheid; omzeggens geen inkomsten uit belastingen; continu geld drukken en de voorthollende inflatie, zodat hierdoor in november de prijzen elk uur dienden te worden aangepast, met protestdemonstraties in het ganse land tot gevolg en uiteindelijk de invoering van de rentenmark vanaf 1 december 1923.

 

Tarieven inflatie brief 20 g

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven